Een stukje geschiedenis
De geschiedenis van Maaseik begint in Aldeneik. Het oudst bekende, religieuze verhaal is dat van Harlindis en Relindis. De Frankische edelman Adelhard bouwde omstreeks 725 een klooster met een kerkje voor zijn dochters. Men neemt aan dat dit Eikse klooster door de Noormannen verwoest werd. Omstreeks 950 schonk keizer Otto I schonk alle bezittingen van het munster van Eycke aan de Luikse bisschop, die daarvan een kapittel van kanunniken maakte.
Omdat het graafschap Loon in de late middeleeuwen erg onveilig was, verhuisden de kapittelheren in 1571 naar het nabije Nieuw‑Eycke - lees Maaseik - dat als parochie in 1244 gesticht was. Verschillende kloosterorden hadden zich daar in de loop van de 15de eeuw gevestigd: agneten, kruisheren en sepulchrienen. De ‘nova villa’, dit is Maaseik, was een grafelijke stichting en strategisch heel belangrijk. De graaf van Loon bezat nabij de Bospoort een woon‑ en verdedigingstoren. Hieruit groeide in het midden van de 13de eeuw een versterking die stadsrechten verwierf. De stad werd omringd met grachten en wallen en de inwoners werden burgenses. In archieven staat deze burcht als het Gravenhuis geboekt. De Gravenstraat verbond dit ‘castellum’ op de plaats waar later het Prinsenhof verrees, met het Herenhuis op de Markt.
In 1467 liet Karel de Stoute de versterkingen en de burcht slopen. In de 16de eeuw werd een nieuwe vesting opgeworpen, van 40 voet breed. Op het einde van de 17de eeuw versterkten de Fransen de stad naar het stelsel van Vauban. Na het vertrek van de Fransen verdwenen de bastions, en vanaf 1813 de poorten. In 1847 werden de wallen verlaagd en in 1935 werden de Philipslaan en de Prinsenhoflaan aangelegd. De Markt in zijn huidige vorm dateert uit de 18de eeuw. Tot de Eerste Wereldoorlog vormde de binnenstad een eenheid rond het Marktplein. De resten van de oude Maashaven zijn te bewonderen.
Bron: Gids voor Vlaanderen (Lannoo)
Wil je meer weten over "Het mooiste dorp van Vlaanderen"?
Hier lees je alle details over de organisatie en partners.