Een stukje geschiedenis
Sint‑Martens‑Voeren maakte vanouds deel uit van het graafschap Dal(h)em. De grachten van het eigen leenhof zijn tot op de dag van vandaag bewaard. Sint-Martens-Voeren was zelf een leenroerig goed van Dalem. In Dalem waren er meer laathoven. In de 17de eeuw werkte er een koperslager. Het ambtsgebied van het kapittel omvatte Slenaken, Sint‑Martens‑Voeren en Sint‑Jansrade, nu de gemeente Aubel.
Het dorp vormt de overgang tussen het Land van Herve, met verspreide bewoning, en Haspengouw, met een geconcentreerde bewoning in de dorpskernen. Buiten de historische dorpskom liggen verschillende gehuchten: Veurs, de Kies, Krindaal, de Plank, de Knap, Einde, Kwinten en Ulvend. Het landschap is zeer heuvelig, met een ingesneden Voerdal. De bossen, onder meer het Stroevenbos, en open landschappen bekoren elke toerist. Het 250 m lange en 18 m hoge spoorwegviaduct dat de Voervallei overbrugt, beheerst het dorpsbeeld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog leidde ir. E. Mörsch deze baanbrekende bouw door het gebruik van gewapend beton voor spoorwegbruggen. De spoorwegtunnel van Veurs naar Remersdaal is 2 km lang.
Bron: Gids voor Vlaanderen (Lannoo)
Wil je meer weten over "Het mooiste dorp van Vlaanderen"?
Hier lees je alle details over de organisatie en partners.