Een stukje geschiedenis
In Deurle werd een grafurne gevonden met stukken van wapens die allicht uit de Romeinse tijd dateren, en fragmenten van Romeins aardewerk. Tot en met de Franse Revolutie behoorde Deurle tot drie rechtsgebieden. Het grootste deel, waaronder het dorp, viel onder de rechtsmacht van de baronie van Nevele. Binnen dit gebied lag de heerlijkheid Ter Lake. De schepenbank was bevoegd voor de lage justitie en werd in leen gehouden van het leenhof van Nevele. In 1450 was het dorp eigendom van het geslacht Utenhove. Een andere heerlijkheid die van ditzelfde leenhof gehouden werd, was Rodenhuize. In 1720 wordt zij vermeld als ‘kasteelgoed met neerhof en wallen’.
Over de Kortrijksesteenweg, tot aan de grens met Astene en Nazareth, lag de heerlijkheid ‘s Gravenhazele onder het rechtstreekse gezag van de graaf van Vlaanderen. De uitoefening van de lage justitie werd hier in 1775 verleend aan Jan Frans Albert de Causemaecke. Hij was raadsheer en procureur‑generaal bij de Raad van Vlaanderen in Gent. De heerlijkheid werd in leen gehouden van het leenhof van de Oudburg van Gent. Zij strekte zich uit over Deurle met een oppervlakte van honderd bunder, over Zevergem met honderd bunder en over Sint-Martens‑Latem met drie bunder. ‘s Gravenhazele werd bestuurd door een baljuw en zeven schepenen, waarvan vijf van Deurle en twee van Zevergem.
Aan de grens met Sint-Martens‑Latem en De Pinte werd de heerlijkheid ‘aan de Broekstraat’ in leen gehouden van het hof van Rode in Schelderode. Een meier en zeven schepenen waren bevoegd voor de lage justitie. Enkele grote pachthoeves zijn verdwenen: het goed te Deurle, het goed te Pappens, en het goed ter Woestijnen.
Bron: Gids voor Vlaanderen (Lannoo)
Wil je meer weten over "Het mooiste dorp van Vlaanderen"?
Hier lees je alle details over de organisatie en partners.